logo
Vergelijking - oorsprong karate

De bedoeling van dit artikel is het ontstaan van beide gevechtssporten te schetsen, waarbij we zullen zien dat beiden vanuit hetzelfde zelfverdedigingssysteem ontstaan zijn.
Van deze twee sporten hebben verschillende vooraanstaande meesters bij het lezen van oude geschriften over het ontstaan en geschiedenis hun gevechtssport opgeschreven. Heti s eigenaardig, en weinig mensen weten en beseffen dit, maar vanuit verschillende benaderingen beschreven blijkt dat alle stijlen van karate en tai chi chuan dezelfde
oorsprong en zelfs dezelfde “stichter” hebben.
Zelfs de meeste stijlen van kungfu kunnen naar deze herleid worden.

Om tot de bakermat van de gevechtssporten te komen moeten we verder in de tijd terug gaan dan bv 1910, ongeveer de tijd waar Gichin Funakoshi het Shotokan karate stichtte of dan bv de tijd waar Yang het begin legde voor het huidige tai chi Chuan.

Verder zullen we in dit artikel het verloop schetsen hoe een effectief en dodelijk zelfverdedigingssysteem door de invloed van tijdsfactoren en culturele veranderingen een gevechtssport werd die over heel de wereld verspreid werd, nu vooral gebruikt wordt voor ontspanning en fysieke conditie, ook nog wel om zich te leren verdedigen, maar die zeer veel van zijn oorspronkelijke effectiviteit verloren heeft.

Voor het schrijven van dit artikel werden talrijke boeken gelezen over karate, tai chi chuan, kyusho-jutsu, dim-mak, accupunctuur en shiadzu en Chinese geneeskunde.
Evenveel artikels werden doorgenomen, zowel uit vooraanstaande budo-tijdschriften als artikels vanuit Internet.

Vooral de auteurs ivm karate, tai chi chuan, kyusho-jutsu en dim-mak zoui k even willen aanhalen
(de auteurs van de boeken over de andere onderwerpen zijn te talrijk):
Vince Morris, George Dillman, Patrick Mc Carthy, Earle Montaigue, , --Okinawa, --Yan style--, Gichin Funakoshi, omdat zij allen zeer veel energie hebben gestoken in het onderzoek naar de wortels van hun sport.

Hier zou ik nog even de Bubishi willen aanhalen, soms ook de bijbel van het oorspronkelijke karate genoemd, een eeuwenoud boek waarin veel van de geschiedenis van de krijgskunsten is opgenomen, alsook een beschrijving van oeroude zelfverdedigingstechnieken en zelfs een aantal kruiden voor bepaalde kwetsuren en ziekten. Hier wordt ook verwezen naar kungfu, oa Shaolin.

In het kader van dit artikel zou ik mijn dank willen uitspreken aan François Van Hinderdael, die mij en een aantal clubleden een tiental jaren geleden in contact bracht met Kyushojutsu en een andere wereld voor ons opende.
De overgrote meerderheid van de boeken en artikels, waaruit voor dit artikel geput werd, werden door hem opgesnord.
Dankzij zijn enthousiasme komen nu ook de andere leden in contact met kyusho-jutsu, een punt waaruit zij alleen maar voordeel kunnen halen.

Vooraleer tot het eigenlijk onderwerp van dit artikel te komen zou ik nog even een paar dingen duidelijk willen stellen- dit maakt het volgen van het artikel eenvoudiger.

Alle stijlen van karate -shotokan, goju-ryu, wadu-ryu enz, ook Taekwando vinden hun oorsprong in het kyusho-jutsu. Alle stijlen van Tai chi chuan vinden hun oorsprong in de Dim-mak technieken.
Vooral na 1900 onderging kyusho een verandering naar de sportversie (hierover later).
Dit was ook het geval voor tai chi chuan , maar dit ging in twee richtingen.
Eén richting is de sportversie van tai chi chuan, de andere is de meer spirituele versie, meer bedoeld om te ontspannen, als een soort yoga, een vorm met trage bewegingen- goed aangeleerd is deze ideaal voor de gezondheid.

Gelukkig zijn er nog karateclubs waar de oorspronkelijke vormen onderwezen worden, bv
de clubs van Vince Morris en George Dillman, en de tai chi chuan clubs van Earle Montaigue.

Een woordje over de geschiedenis van Dim-mak of Kyusho.


Eerst en vooral: in wezen is Dim-mak en kyusho hetzelfde, het betekent hetzelfde, namelijk het slaan op de vitale punten of “ death point striking” of “ death-touch”, het ene is een chinees woord, het ander de Japanse vertaling. Het is gebaseert op de Chinese geneeskunde, vooral dan de accupunctuur.

Door een klein aantal mensen , accupuncturisten, die tevens meester waren in een gevechtskunst, werd dit ontwikkeld voor hun eigen veiligheid en deze van hun naaste familie. Deze kunst werd echter maar aan een klein aantal personen aangeleerd.

In Dim-mak gaat men er vanuit dat er energie (chi) loopt doorheen een aantal kanalen in het lichaam, meridianen genoemd. Deze energie regelt, eenvoudig gezegd,alle organen en levensfuncties van het lichaam. Op deze meridianen liggen punten van waaruit men deze energie kan “manipuleren” zowel in goede zin- accupunctuur” als in slechte zin (dimmak of kyusho).

Onmiddellijk moet gezegd worden dat dim-mak eveneens de genezende werking van deze punten kent en toepast, enerzijds door gebruik van handen en anderzijds in hun solovormen( ongeveer zoals een kata).

De kennis van deze punten kwam via deze Chinese gevechtskunstenaars naar Okinawa, waar zij opgenomen werd in de bestaande gevechtskunsten, te, zoals gekend in het Shurite, Tamari-te. Daar werd zij Ryukyu-kempo genoemd en deze had zoals dim-mak eveneens een helende als destructieve toepassing.

Het was Funakoshi die een verwaterde vorm van deze kunst naar Japan bracht in het begin van vorige eeuw, waar deze door de Japanners werd geuniformiseerd en gecommercialiseerd, van naam veranderd en als karate doorheen heel de wereld werd verspreid zoals hun judo (eveneens een verwaterde vorm van de lijf-aan lijf gevechtstecnieken van de samoerai’s), aikido e.a. Het aangeleerde karate werd een gevechtssport, een competitiesport, waaruit de oorspronkelijke zelfverdedigingstechnieken verdwenen waren. Beoefenaars kunnen zich wel verdedigen, maar niet met dezelfde efficiëntie als voorheen.

Gelukkig werd deze kunst herontdekt en geeft aan de gevorderden een extra dimensieaan hun karate en kata’s.
Over de geschiedenis van het karate gaan we het een andere maal hebben, nu iets meer over het ontstaan van kyusho of dim-mak.

In de late 19 ° eeuw werd de originele vorm van dim-mak uiteindelijk t’ai chi chuan of taiji quan genoemd. Het huidige onderwezen tai chi heeft weinig meer te maken met de originele vorm en wordt enkel onderwezen voor zijn helende en ontspannende werking, het meer een yoga geworden.
De oorzaak is een bijeenkomst van alle gekende meesters in het begin van de jaren 1900, waarin beslist werd buitenstaanders van deze toen nog geheime kennis te weren. Dit werd opgevolgd door de meesten, die zelfs de minder harde aspecten nog weglieten.

Een enkeling verklaarde zich akkoord zijn kennis enkel door te geven aan een geselecteerd persoon. Zo bleef deze kennis toch in het geheim bestaan, totdat een tiental jaren geleden Erle Montaigue het moment rijp achtte deze via boeken enz wereldkundig te maken.

Voor de 19 ° eeuw werd deze kunst “ hao ch’uan ”, wat men kan vertalen in “ loose boxing” of “supreme ultimate boxing”. Het verhaal gaat dat deze kunst ontstond in China in de beginjaren 1300 en ontwikkeld werd door Chang Sang Feng, die geboren werd in 1270.
Deze man was een uitstekend en bekend accupuncturist en was een geoefende gevechtskunstenaar in de hardere Shaolinstijlen. Chang zocht eigenlijk de beste vechtkunst, die met een lichte of middelmatige slag op bepaalde plaatsen van het lichaam iemand immobiel kan maken of doden.

Samen met drie vrienden, eveneens accupuncturisten en vechtkunstenaars, zocht hij welke punten op het lichaam de meeste schade toebrachten, in welke volgorde en in welke richting men deze moest raken om het grootste effect te bekomen.
Met behulp van hun medische kennis en gevechtstechnieken ontdekten zij dat een “slag” in een bepaalde richting genezend kan werken, in een andere richting toegebracht schade toebrengt. Zij probeerden dit uit op dieren en tevens op gevangenen, zodat zij hun kennis in de realiteit konden uitproberen.

In die vroegere tijden was het van levensbelang zich te kunnen verdedigen.
In alle Aziatische landen, dus ook China. Overal waren er families die meester waren in bepaalde vechtstijlen en die enkel geoefend werden in de familie en niet aan buitenstaanders werden aangeleerd en dit om een begrijpelijk lijfsbehoud. In dat verband geef je je eigen geheimen niet prijs .

Zodoende zocht Chang bepaalde vormen van bewegingen zodat familie en eventueel een uitgelezen leerling, deze vechtkunst kon leren,onthouden en trainen zonder een ander pijn te doen of te doden. Hij vond deze in een soort kata, een aaneenschakeling van abstracte bewegingen die men traag of snel zonder partner kan uitvoeren en waarvan alleen de ingewijde de betekenis kent.

Met hun kennis van Qi chong gaven zij aan bepaalde kata-vormen een extradimensie, zodat er een kata voor een bepaalde techniek, in een iets gewijzigde vorm en lettend op de ademhaling en de chi-stroom, een oefening werd, die goed voor de hartfunctie was.
Zodoende ontwikkelde Chang San Feng een uiterst efficiënte, dodelijke vechtkunst, en bracht deze in bepaalde vormen. Deze werd dan de oorspronkelijke dim-mak genoemd, met al zijn zelfverdediginstechnieken en genezende aspecten.

Chang gaf zijn kunst door aan zijn familieleden en aan enkele uitgezocht studenten. Eén ervan was Wang Tsung-yeuk, die deze technieken opschreef en het doorgaf aan een leerling Zhiang genaamd.
Deze was een tijdsgenoot van Yang Lu-ch’an, die de stichter genoemd wordt van de latere Yangstijl van het tai chi chuan.

Deze Yang leefde een tijd in een dorp van de Chens, een familie van shaolinmensen. Daar leerde hij de harde shaolinstijl.
Later kwam in hetzelfde dorp Zhiang aan, dia aan Yang alles leerde wat hij wist. Ook de Chens leerden een deel van de kennis van Zhiang en voegden dit bij hun kennis van de harde shaolinstijl.
Dit werd later de Chen-style taichi chuan.

Yang Lu-Ch’an verliet later het dorp en bestudeerde verder het werk van Wang Tsungyeuk, dat hij gekregen had van Zhiang. Hieruit vormde hij zijn eigen stijl, Yang’s boxing, de latere Yangstijl van tai chi chuan. Het schijnt dat hij de oorspronkelijke vorm verder perfectioneerde en zelfs uitbreidde naar handwapens.

Verschillende generaties later en na die bijeenkomst in begin 1900 besloot een opvolger van Yang Lu-ch’an, Yang Shou-hou dit enkel aan enkele opvolgers te leren.

Erle Montaigue had voor zijn tai chi chuan twee leraars, nl. Hsiung Yang-ho en Chang Yiuchung.
Deze laatste was één van de drie leerlingen van Yang Shou-hou.

Erle Montaigue geeft verschillende boeken en video’s uit, waarin al zijn kennis en dus ook deze van vroegere meesters in beshreven staat.
Deze handelen zowel over krijgskunst als over de genezende en helende werking van dim-maktechnieken.

Meer op het karatevlak geeft Vince Morris meer uitleg. Omdat hij van oorsprong een shotokan-karateka is, geeft hij de technieken die in shotokankata’s voorkomen.

In princiepe zijn deze hetzelfde als deze in de taichi chuan vormen of als deze in de Ryukyu kempo kata’s, alleen werden deze door verschillende karateleraars ( vroeger in de eerste jaren van het onstaaan van de Japan Karate Association in Japan ) zo hervormd dat een gewone karatebeoefenaar weg de oorspronkelijke vormen, laat staan toepassingen ervan herkent.

Werner De Vos

NB : Wie iets meer wil weten van dimmak, kan een algemene uitleg vinden in het artikel "Wat is Dimmak" in de rubriek
         "Zelfverdediging"op de welkompagina.
                                                                                                                                                      


Algemene Informatie
Laatst bijgewerkt , 27 februari 2013